Hoe maken we van groei weer vooruitgang?

Hoe maken we van groei weer vooruitgang?

De Nederlandse economie groeit weer. “Toch merkt niet iedereen de economische groei voldoende in het dagelijks leven.” Dat was het terugkerende thema in de troonrede van Prinsjesdag 2017. Een week eerder werd hetzelfde probleem aangehaald door Jonathan Holslag, onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel en bijzonder adviseur van eerste vicepresident van de Europese Commissie Frans Timmermans. Tijdens het gemeentecongres in Den Haag ging hij in op de vraag “hoe maken we van groei weer vooruitgang?”

J. Holslag: “Sociaal ondernemerschap moet het hart vormen voor de transformatie van groei naar vooruitgang.”

Sterke groei, weinig vooruitgang

Economische groei wordt vaak gebruikt als indicator voor hoe goed het met een land gaat. Economen kijken met name naar de groei van het bruto binnenlands product of de containeroverslag in de Rotterdamse haven. “Ze richten zich daarmee vooral op het vergroten van de cake.” De logica is simpel, hoe groter de cake, hoe groter het stuk is dat iedereen kan krijgen. Echter beseffen de economen zich vaak niet dat de cake ook luchtiger wordt. “Sinds de crisis is er wel economische groei, maar dit heeft zich niet vertaald in meer koopkracht en meer werkgelegenheid.”  

Niet iedereen profiteert dus van de economische groei. Daarnaast kan je je afvragen of koopkracht en werkgelegenheid wèl de juiste indicatoren zijn die de toestand van een maatschappij samenvatten. Holslag vindt van niet en pleit voor een nieuwe definitie van groei. Deze definitie moet zich focussen op "de determinanten van geluk, zoals het hebben van een doel in het leven, samenhorigheid, een goed inkomen, uitdagend werk, en goede gezondheid." Maar ook deze indicatoren zijn, zover meetbaar is, achtergebleven bij de economische groei.  

Volgens Holslag is het daarom tijd voor een grote verandering in de manier waarop we onze economie en samenleving organiseren. "Een samenleving onderscheidt zich door wat het liefdevol omarmt." Daarbij zijn de bovengenoemde waarden zo fundamenteel voor onze samenleving dat we hier veel meer aandacht aan moeten besteden.

Sociale ondernemingen spelen een bijzonder grote rol in de beoogde nieuwe economie: “sociaal ondernemerschap moet het hart vormen voor de transformatie van groei naar vooruitgang.” De uitdagingen waar we als samenleving voor staan op het gebied van sociale cohesie en duurzaamheid vereisen de innovatieve aanpak die we nu vaak in sociale ondernemingen vinden.

Bewust consumentengedrag

Een economie die gebaseerd is op sociaal ondernemerschap vereist ook een ander soort consument. We zien al positieve signalen op dit gebied; volgens onderzoek willen consumenten steeds verantwoordelijker consumeren en vooral de jongere generatie wordt gezien als de nieuwe bewuste consument.

Holslag is echter kritischer. Als voorbeeld noemt hij de asymmetrie tussen de uitgesproken dromen van jongeren en hun eigen consumentengedrag. Jongeren dromen van een toekomst vol reizen, vrijheid, en eentje waarin ze een positief verschil kunnen maken. “Maar als je kijkt naar het consumentengedrag van jongeren, lijken ze juist tegen deze toekomst te stemmen.” Ze winkelen nog steeds veelvuldig bij de grote ketens die niet passen in de socialere en groenere toekomst die ze voor ogen hebben. Holslag drukt jongeren dan ook op het hart om in te zien "dat je met elke euro die je uitgeeft een stem uitbrengt”.

Een “level playingfield”

De verantwoordelijkheid volledig afschuiven op consumenten lijkt Holslag echter onverantwoordelijk. De overheid heeft de taak om de economie transparanter te maken. Door de complexiteit die globalisering met zich meebrengt en een algemeen gebrek aan informatie kunnen consumenten moeilijk inschatten welke (positieve of negatieve) impact ze stimuleren met hun aankopen. Grote bedrijven die hun producten goedkoop in winkels aanbieden, wentelen vaak de negatieve externe effecten die verbonden zijn aan het productieproces af op de maatschappij. Zo draait bijvoorbeeld de burger uiteindelijk op voor de gevolgen van milieuvervuiling door grote bedrijven.

Door deze effecten inzichtelijk te maken kan de consument een betere afweging maken. Daar blijft het niet bij als het aan Holslag ligt. “De overheid moet verantwoordelijkheid nemen om sociale ondernemingen te belonen, zodat zij eerlijk kunnen concurreren.” Bedrijven die de negatieve externe effecten afwentelen op de samenleving moeten worden aangepakt door de overheid om zo een “level playingfield” te creëren. Alleen zo kunnen we een van een “race-to-the-bottom een race-to-the-top maken.”

Onbeantwoorde vragen?

Hoewel de kern van Holslag’s betoog helder is, blijven enkele fundamentele vragen onbeantwoord: Waar ligt de grens tussen het belonen van sociale ondernemingen en het verstoren van de markt? In welke mate moet de overheid aansturen op het veranderen van consumentengedrag? Of moet deze verandering vanuit de samenleving zelf komen? Dit zijn met name vragen die door de landelijke politiek moeten worden opgepakt.

Maar stilzitten is geen optie. Tijdens het gemeentecongres gingen tientallen beleidsmakers en sociaal ondernemers daarom met elkaar in gesprek. Van impact meten tot sociaal inkopen, de verschillende deelsessies waren gericht op één doel, "het schalen van impact, door heel Nederland."

Gepubliceerd op: 21 - 11, 2017

Laatst gewijzigd op: 01 - 12, 2017

comments powered by Disqus